© E-Websolutions.nl

Spelen, altijd en overal:
gedachten over spelen in een veranderende wereld

Kijken wij niet veel te verkokerd als het over spelen gaat??
Hoe kan een statische fysieke omgeving de dynamiek van de sociale omgeving volgen?

Het is volstrekt ondenkbaar dat de openbare ruimte niet ook voor kinderen zou zijn. Maar even goed geldt dat dan natuurlijk ook voor de andere gebruikers van die openbare ruimte, van jong tot oud, van autochtoon tot allochtoon, van recreërende mens tot werkende mens. Misschien moeten we wel af van het begrip “Spelen in de stad”, maar meer de nadruk leggen op het gebruik van de openbare ruimte in de vrije tijd. En dan moeten we elkaar wel de ruimte geven letterlijk en figuurlijk.

En dan, het gebruik van normen voor speelruimte…. Is het eigenlijk geen bespottelijk idee?… Ja, het praten over normen kan een breekijzerfunctie hebben om de ogen te openen van de beleidsmakers en inrichters van de woonomgeving…… Maar hoe zit het dan met de kwaliteit van die ruimte en tellen we dan de ook de “informele” (wat een woord!) speelruimte ook mee. Laat kinderen eens een cognitieve kaart maken en dan wordt duidelijk waar ze verblijven in de stedelijke ruimte en wat ze er doen…. Onze ogen gaan open…… Of gaan we met de normen in de hand in landelijke, dunbevolkte gebieden speelruimte plannen die niet gebruikt gaan worden omdat er al een overdaad is aan kwalitatieve speelruimte (maar dan wel informeel natuurlijk).

En we hebben nog meer normen en zelfs een wetgeving en dan hebben we het over veiligheid…. We spreken er met zijn allen over, we schieten wellicht door en we zien zelfs kans de normen te misbruiken. Gemakshalve verschuilen we ons achter de normen en vergeten dan maar even dat het kind echt wel “recht heeft op zijn eigen bult” en dat juist spelen niet zonder risico kan zijn. Laten we wel zijn; de omgeving voor kinderen moet veilig zijn en zonder onvoorziene risico’s, maar juist in het spel kunnen kinderen hun grenzen verkennen en verleggen, leren ze omgaan met risico’s en kunnen ze komen tot een persoonlijk veiligheidsmanagement.

Laten we de stad zien als een samenhangend weefsel wat alle mogelijkheden biedt voor de gebruikers van die omgeving. Probeer de stad weer te integreren; breng functies en bevolkingsgroepen weer bij elkaar. Maar dan wel zodanig dat die functies en bevolkingsgroepen elkaar niet hinderen. En wellicht leidt dat heel bijzondere plekken, maar dan wel zo dan ze niet geïsoleerd zijn t.o.v. het omringende weefsel.
Misschien ook moet de stad een deel van haar taken in het inrichten en beheer van de openbare ruimte overgeven aan de burger. En zou zij zich vooral bezig moeten houden met het schrijven van scenario’s en met het bewaken van processen om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren en te behouden.

En laten we het simpele toestel in de buurt in ere herstellen. Zoals zelf ervaren is het een werkelijk bindend element in de woonomgeving. Het is een speelplek voor de allerjongsten, maar tegelijkertijd ook de ontmoetingsplek voor de volwassenen en in de avonduren de verzamelplek voor tieners.

En laten we een verkokerd kijken maar achterwege. Laten we de bestaande ruimten voor kinderen beter gebruiken, maar dan samen. Geef speeltuinen, kinderboerderijen, en juist ook schoolpleinen een plaats in een gemeentelijk speelruimtebeleid. Bundeling van krachten leidt ongetwijfeld tot betere resultaten en tot minder kosten.

Het schoolplein zou bij uitstek tot de buurspeelplaats kunnen evolueren, een speelplaats die echter meer is. Het kan een leerrijke speelomgeving of een speelrijke leeromgeving zijn , geschikt voor ontmoeting van generaties en culturen; de plaats bij uitstek voor integratie. Het schoolplein zou een welzijnsvoorziening moeten zijn, meer dan een onderwijsvoorziening. Maar ook als onderwijsvoorziening is er veel te verbeteren; het is eigenlijk te gek voor woorden dat er bij de buitenruimten bij scholen nog steeds wordt gedacht aan de verharde vlakken, die hun oorsprong vinden uit het begin van de vorige eeuw (ja, meer dan 100 jaar geleden), waarbij de uitloopruimte nodig was om even in de vrije buitenlucht te bewegen, even weg uit de kleine, met potkachels verwarmde, bedompte klaslokalen. Dat moet toch anders kunnen. Laten we de schoolpleinen ook gebruiken als leslokaal buiten, waarbij fysieke en sociale ontwikkeling, natuureducatie en ontwikkeling van ruimtelijk inzicht hand in hand gaan.

We kennen inmiddels allemaal het begrip “Obesitas” met de daaraan gerelateerde ziektes. Voor wat betreft de gezondheidstoestand van kinderen zijn we terug op het niveau ten tijde van de industriële revolutie en het is de laatste 10 jaar dramatisch veel slechter geworden. Maar kinderen moeten niet alleen fysieke trainingen doen, maar vooral ook BUITEN VRIJ SPELEN. En daar ligt een taak voor ons allemaal.

Jan Ooms / Kompan Play Institute
Zaltbommel, 11 november 2006

 


.......