© E-Websolutions.nl

Openingswoord symposium "Spelen zonder (schoolplein) hekken"

Datum: zaterdag 11 november 2006
Door: mevrouw C.A.M. Mulder, Gedeputeerde Welzijn en Zorg Provincie Groningen

1 Het ontstaan van speeltuinverenigingen:

In 1901 richt vakbondsman Ulke Jan Klaren in Amsterdam de vereniging Oosterspeeltuin op.
Het is de eerste speeltuinvereniging waarmee buurtbewoners zelf een speeltuin opzetten en waarin ze er, op basis van vrijwilligheid en solidariteit, voor zorgen dat kinderen zowel vrijwillig alsook onder leiding kunnen spelen.

Toelichting:
Waar ontstond de eerste speeltuinvereniging?

De eerste speeltuinvereniging ontstond in Amsterdam in de Czaar Peter Buurt. Een arbeiderswijk waar veel werklieden woonden die in de havens in Amsterdam-Oost werkten.

Opvoeding
Initiatiefnemer was Ulke Jan Klaren, een scheepstimmerman die samen met andere ouders uit de buurt op 17 juni 1901 de eerste speeltuinvereniging van Nederland oprichtte. Klaren wilde kinderen speelgelegenheid bieden om zo te voorkomen dat ze kattenkwaad uithaalden en in de criminaliteit terecht kwamen. In de woorden van Ulke Jan Klaren: 'Niet de jeugd is misdadig, maar de samenleving, want zij ontneemt de jeugd alle mogelijkheden tot spelen.'

Op 23 april 1902 ging de Oosterspeeltuin open. Het duurde tot na de Tweede Wereldoorlog voordat speeltuinen in heel Nederland gemeengoed werden. Deze speeltuinen waren een reactie op de 'babyboom' van na 1945. In 2005 waren er in Nederland nog ongeveer 960 speeltuinverenigingen actief.

2. 105 jaar later:

11 november 2006, 105 jaar later en op een dag die belangrijk is voor kinderen "Sint Maarten", zijn veel mensen en partijen bij elkaar op dit symposium: gemeente- en provincieambtenaren,welzijnswerkers, bewegingsconsulenten, architecten, vertegenwoordigers van kinderdagopvang, buitenschoolseopvang, scholen, speeltuinverenigingen en CMO adviseurs uit het land. Allemaal mensen die speeltuinen en -ruimten, en daarmee spelende kinderen, een warm hart toedragen.

Deelnemers aan het symposium zijn nu anno 2006 bij elkaar met het doel ideeën op te doen om te komen tot een omschakeling en om te komen tot een samenwerking op het terrein van buitenspelen. Samenwerking tussen bijvoorbeeld scholen en speeltuinverenigingen die ertoe leidt dat schoolpleinen transformeren in buurtschoolpleinen. Een ontwikkeling die de provincie Groningen alleen maar toejuicht.

3. Waarom is de omschakeling van schoolplein naar buurtschoolplein belangrijk:

De provincie juicht dit toe omdat zij buitenspelen belangrijk vindt voor de ontwikkeling van de kinderen. Spelenderwijs doen kinderen vaardigheden op die in hun latere leven belangrijk zijn. Kinderen die buitenspelen krijgen ook een betere conditie. Ze ontwikkelen minder snel overgewicht en vertonen minder snel agressief gedrag. Kortom het heeft veel positieve effecten op kinderen.

Bovendien draagt het bij aan de leefbaarheid van en in de buurt. Speelvoorzieningen vormen voor onze jongste inwoners een belangrijk element in hun woonomgeving. Kinderen ontmoeten elkaar en zoals gezegd ontwikkelen zich door te bewegen. Des te meer speelvoorzieningen openbaar en toegankelijk, des te beter!

4. Beleid van de provincie met betrekking tot het onderwerp:

Dat de provincie het buiten spelen, en openbare toegankelijke speelvoorzieningen belangrijk vindt moge blijken uit het feit dat speeltuinwerk en speelruimtebeleid belangrijke thema's vormen binnen het provinciaal welzijnsbeleid met de titel: Wel(en)levend Groningen 2005-2008.

In de provincie Groningen zijn namelijk veel buurt- en wijkspeelplaatsen die een belangrijke rol spelen in de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen. De speelplaatsen worden vaak beheerd door speeltuinverenigingen en buurtorganisaties. Deze verenigingen zijn o.a. opgericht om activiteiten voor kinderen te organiseren. Sommige verenigingen beschikken ook over een clubgebouw.

Iedere vereniging bestaat uit leden, die het belangrijk vinden dat er in de woonomgeving een veilige speelgelegenheid is voor de spelende jeugd. De besturen van dergelijke verenigingen en buurt-/wijkorganisaties hebben vaak moeite om zich in het woud van regelingen en beleid staande te houden. Daarom biedt de provincie hen via het CMO Groningen uiteenlopende ondersteuningsmogelijkheden.

Ook richt de provincie zich op de kwaliteitsverbetering van speelvoorzieningen in nauwe relatie met gemeentelijk beleid. Dit laatste is van groot belang omdat de provincie van mening is dat speelruimtebeleid primair een verantwoordelijkheid is van de lokale overheid. Vanuit deze benadering biedt de provincie Groningen via het CMO Groningen ook ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten aan. Belangrijke partners hierbij zijn welzijnsorganisaties, woningbouwcorporaties en scholen.

Beoogd doel
Realiseren van ondersteuningsstructuren voor ‘buiten spelen’ en kwaliteitsverbetering van speelvoorzieningen.

Resultaten tot nu toe:
a informatievoorziening via de website speeltuinwerkgroningen.nl
b uitgave van nieuwsbrieven 'Speelse zaken' en verzenden informatiemap 'Speelruimte'
c advies- en consultatiegesprekken met 15 gemeenten
d themamiddag "Spelen met budget in speeltuin en dorpshuizen"
e diverse cursussen voor speeltuinbesturen en gemeenteambtenaren
f 3 Delta speeltuinprojecten ondersteund en beadviseerd.

5. Wens van de provincie met betrekking van de uitkomst van de dag:

De provincie wenst en verwacht dat het symposium en de beurs van vanmiddag ertoe bijdragen dat deelnemers kennis nemen van nieuwe initiatieven en deelnemers bovendien nieuwe ideeën opdoen op het terrein van speelvoorzieningen voor de jeugd, en vandaag in het bijzonder in relatie tot de omschakeling van schoolplein naar buurtschoolplein.

Daarnaast wenst de provincie dat deze dag bijdraagt aan het uiteindelijk hoger op de (politieke) agenda verkrijgen van speelvoorzieningen en het beleid daar om toe.

Laat deze dag bovendien dienen als voedingsbodem voor samenwerking en het ontstaan daarvan.

 


.......