© E-Websolutions.nl

Veiligheid: Speeltoestel of Speelaanleiding

Datum: 27 november 2008
Door: de heer J. Kersten, bureau Nice

Veiligheid begint niet bij de regels van wat wel of niet mag. Net zo min als verkeersveiligheid begint bij de verkeersborden. Veiligheid zal ook altijd een onderwerp van gesprek blijven. Het is geen absoluut begrip. Belangrijk is om precies te weten vanuit welke pedagogische visie er over dit onderwerp gesproken wordt. Anders heeft een gesprek hierover niet zoveel zin. De visie die mij wel aanspreekt is dat kinderen ook wel recht hebben op risico’s. Ze moeten het gevaar ook leren inschatten en ermee om leren gaan. Zoals wij vroeger en alle generaties voor mij in ongecertificeerde bomen mochten klimmen zonder diploma met een prachtig bladerdek als valdempende ondergrond. Heel belangrijk is wel om zorgvuldig te werk te gaan, het menselijke verstand te gebruiken en in alles te laten zien dat er bewust met veiligheid wordt omgegaan in de projecten. Dus controleer regelmatig, hou logboeken bij van ongevallen, certificeer de toestellen, hou de logboeken bij, laat bij twijfel of iets wel of geen toestel is een keuringsinstantie haar oordeel vellen. Daarmee laat u zien dat er geen sprake is van bewuste nalatigheid in geval er iets mis gaat en aansprakelijkheid aan de orde zou kunnen zijn.

De grens tussen speeltoestel en speelaanleiding is niet altijd even duidelijk te stellen. Kort geleden heeft de voedsel en warenautoriteit (ism SBB) een factsheet opgesteld waarin een beschrijving met voorbeelden staat van wat wel en wat niet als speeltoestel wordt aangemerkt. In het kort komt het neer op het volgende:

Een speeltoestel is een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt (Zie hiervoor artikel 1 onder c van het WAS).

In de reikwijdte-notitie worden als speeltoestellen onder het WAS aangemerkt:
- Op speelterreinen (doelbewust) geplaatste natuurlijke materialen die zijn bewerkt of verwerkt in een constructie/opstelling met meerdere/andere (natuurlijke) materialen en door deze bewerking of verwerking expliciet uitnodigen tot spelen.
- Toestellen die mogelijk bestaan uit enkel natuurlijke materialen (maar wel in een constructie verwerkt zijn en hierdoor expliciet uitnodigen tot spelen) en bijvoorbeeld zijn geplaatst in zogenaamde ‘speelbossen’.

Belangrijke criteria die een speelelement tot speeltoestel vallend onder het WAS maken zijn:

Doelbewust: het element is doelbewust geplaatst, door de beheerder van het terrein geplaatst opdat kinderen ermee kunnen spelen.

In een constructie verwerkt: alles wat herleidbaar uit twee of meer delen is samengevoegd en met elkaar of de omgeving is bevestigd en niet door kinderen is los te maken (bijv. doordat schroeven zijn bevestigd).

Expliciet uitnodigen tot spelen: een gewone houten zitbank of gewone prullenbak kent geen duidelijke speelwaarde of bewerking/aanpassing en brengt daarmee ook geen speelrisico’s met zich mee zoals vallen, beknelling en snijden.

Indien een speelelement niet wordt aangemerkt als speeltoestel onder het WAS maar op de locatie één of meer speeltoestellen zijn geplaatst wordt uitgegaan van de mogelijke speelrisico’s van dit speelelement. Dat wil zeggen dat het beoogde gebruik en de toepassing van het toestel en de mogelijke speelrisico’s die samenhangen met de locatie van een toestel een grote rol spelen bij in het bepalen of een toestel een speeltoestel is volgens het WAS of niet.

Toestellen die niet aangemerkt worden als speeltoestel onder het WAS zijn:
1. Toestellen die als element van hun spel door kinderen onder toezicht worden vervaardigd (bijvoorbeeld boomhutten);
2. Speeltoestellen die alleen gebruikt worden in de sfeer van de particuliere huishouding;
3. Datgene dat niet als een constructie is aan te merken (losse materialen, omgetrokken bomen, etc), tenzij het door een doelbewuste bewerking door de mens een speelobject is geworden of daarvoor is bestemd;
4. Constructies zonder duidelijke speelwaarde en -risico’s (doolhoven of hutten van wilgentakken, vogeluitkijkplaatsen, etc);
5. Constructies door de natuur zelf ontstaan (‘speeleilanden’, tegen elkaar gevallen bomen, etc);
6. Tijdelijke constructies (door kinderen, bezoekers of groepen zelf gebouwd).

Speelelementen die passen onder één of meer van de hierboven genoemde uitsluitingen worden aangeduid als zogenaamde ‘natuurlijke speelaanleidingen’. Om zeker te weten dat we inderdaad niet per ongeluk toch een speeltoestel verzinnen dat gekeurd moet worden, zullen we onze plannen als ze iets verder uitgewerkt zijn, voorleggen aan het Keurmerkinstituut. Of voor andere leeftijden een avonturenpad of een GPS tocht met opdrachten. Of sport- en spelactiviteiten.

 


.......